Tijd van sprokkelen en sporkelen

Feesten en rituelen rondom onreinheid en zuivering

de Heks zwiert op haar bezem  boven het Treurwilgenwoud!

de Heks zwiert op haar bezem boven het Treurwilgenwoud!

De naam voor februari als sprokkelmaand verwijst zowel naar de letterlijke betekenis van ‘sprokkelen’, het verzamelen van afgevallen takken in het bos ten behoeve van brandhout èn naar ‘sporkel’. Dat is een vergeten woord dat teruggaat naar het Latijnse ‘spurcus’ dat vuil, smerig en onrein betekent. De rijke woordgeschiedenis laat een samenhang der tegendelen zien. De maand gewijd aan volksfeesten, die – vanuit het perspectief van de kerk – als heidens en onrein werden bestempeld, vallen samen met de maand, gewijd aan een heilig reinigingsfeest ….

Volgens de oude Romeinse telling was februari de laatste maand van het jaar; tijd voor het opmaken van de rekening, zowel overdrachtelijk als letterlijk, zodat het jaar ‘vol’ is. Denk daarbij aan de schrikkeldagen in februari die onder het bewind van Julius Caesar (60-44 vC) zijn ingesteld. Opmerkelijk is dat hier – een kenmerk van symboliek en paradoxen, vieringen en rituelen – tegenstellingen op een betekenisvolle wijze bij elkaar komen: zuiver en onrein, licht en duister, leven en dood, het zuiveren van het onreine…

De christelijke visie op reinigingsrituelen en ‘onreine feesten’ geven uitdrukking aan een collectief oordeel over wat goed en zuiver zou zijn, en wat onrein en kwaad. Door deel te nemen aan rituelen en feesten, bekrachtigen we ook de normen en waarden die in de betreffende cultuur en maatschappij gelden. De overgang van het antieke wereldbeeld naar christelijke en moderne voorstellingen betreft niet alleen een filosofische kanteling in perspectief, maar betekent het vestigen van een andere culturele en maatschappelijke ordening. Het kantelen gaat gepaard met bloedvergieten, blijkens de geschiedenis van kerstening en groepsprocessen van in- en uitsluiting (denk hierbij aan de heksenprocessen), machtspolitiek en vervolging van andersdenkenden: de aanhangers van het oude ‘heidense’ geloof en de ‘ketterse’, van de dogma’s van de kerk afwijkende christelijke groeperingen; zoals de katharen, waar het woord ‘ketters’ van afgeleid is.

De kwalificatie ‘heidens’ is in die zin geen neutrale uitdrukking: het verraadt een negatieve visie van christelijke en kerkelijke zijde op het polytheïsme van de culturele voorouders: de Romeinse feesten en hellenistische voorstelling en beleving van goddelijke krachten in natuur en kosmos en in het spel der elementen …
Wanneer we proberen los te komen van het negatieve christelijke oordeel, lijken de ‘onreine’ feesten veeleer op rituelen om het leven en de vruchtbaarheid te vieren, zoals in de oud-Griekse bacchanalen, die ter ere van de god Dionysos werden gehouden en voortkwamen uit een cultus die gewijd was aan de nog oudere aardsgodinnen Artemis en Gaia. Het vraagt ironisch genoeg van ons een ‘zuivering’ van de ‘veroordelende blik’ van het referentiekader van de overwinnaars van de geschiedenis: de christelijke visie op de aarde als de duistere zijde van het bestaan, die werd geassocieerd met dieren van de aarde, zoals de slang (de python) en de draak. Apollo, god van het licht, zou zowel de Python hebben gedood, en daarmee heerser van haar heiligdom in Delphi zijn geworden, als een draak van Gaia, moeder aarde.

de Slang speelt kronkelend door het Wilde Water!

de Slang speelt kronkelend door het Wilde Water!

Opmerkelijk is dat aan de slang, als een wezen van aarde- en waterkrachten, een dubbelzinnige symboliek kleeft: zoals haar gif zowel dodelijk is als een medicinale werking heeft, staat de slang zowel voor vernietigende krachten van de dood en de overweldigende chaos, als voor de helende verbinding met haar tegendeel: wijsheid en opbouwende levenskrachten. Ook in het oude testament herbergt het verhaal van de slang die Eva verleidt te eten van de boom der kennis van goed en kwaad deze dubbelzinnigheid in symboliek. In de paradijselijke tuin die de eerste mensen bewoonden – en waar zij uit verdreven werden na het eten van de vrucht van de boom van die geheime kennis – stond ook de boom des levens! De mythische symboliek in het oude verhaal verbindt het paradijselijke leven in harmonie en wijsheid volgens goddelijke wetten – in de schaduw van de bomen van de kennis van goed en kwaad en van het eeuwige leven – met het zich afscheiden van die samenhang en het besef sterfelijk te zijn. Kennelijk vertegenwoordigt de slang beide kanten. Haar dubbelzinnige mythische betekenis gaat over de ontwikkeling van wijsheid en de overwinning van de dood – deze verborgen kant van de slang is gesymboliseerd door de Ouroboros (de slang die in haar eigen staart bijt) en de esculaap (de twee slangen die rond een herdersstaf omhoog kronkelen – de staf die de god Apollo aan zijn zoon Asclepius gaf) als teken van de geneeskunst.

Is het na eeuwenlange inprenting nog wel mogelijk zuiver genoeg vanuit het eigen perspectief van de overwonnen volken van de hellenistische cultuurgemeenschap de betekenis van de vruchtbaarheidscultus aan te voelen? Welke positieve waarde is geworteld in de overgave aan vitale levenskrachten, aan het domein van het aardse en stromende, het vruchtbare en vrouwelijke? Dit vraagt van ons de oneindige opgave de wikkels van de geschiedenis los te weken en van binnenuit de samenhang der tegendelen te zien. We blijven immers hoe dan ook geworteld in de aarde van onze eigen cultuur en tijd, hoe goed we ook proberen recht te doen aan ‘de andere tijd en zienswijze’. Dit vormt in zekere zin de achtergrond voor een fundamentele ambivalentie, die de hermeneutiek constructief wil maken. We kunnen alleen vanuit ons eigen standpunt het perspectief van de ander proberen te benaderen en een ‘versmelting van horizonten’ na te streven, zoals Gadamer, de grote filosoof van de hermeneutiek het verwoordde. In concreto gaat het om een ambivalentie die diep geworteld is in meerdere culturen: de dubbelzinnige betekenis van moeder aarde als hoedster van het leven en als duister element, waar chaos heerst. Een oude mythe vertelt hoe de god Apollo de Python-slang en een monsterachtige draak van de aarde, overwon. Deze symboliek hangt samen met een culturele achterstelling van het vrouwelijke ten opzichte van de met het mannelijke geassocieerde krachten van het licht. Hermeneutisch verstaan gaan beide bewegingen samen: tegelijkertijd met het markeren van een nieuwe religieuze en sociaal-culturele ordening worden er ook rode draden getrokken tussen de breukvlakken in de geschiedenis.

de vlinder van transformatie

de vlinder van transformatie

Ondanks culturele verschillen in visies op de paradoxen van het bestaan – goed en kwaad, licht en duister, man en vrouw, rechts en links, boven en onder, ordening en chaos, … – blijkt er een verbindende symboliek in het taalspel van de elementen te bestaan, die ‘heidense’ vergoddelijking van de natuur verbindt met christelijke symboliek en rituelen. Het vuur heeft zowel in de oude hellenistische visie en alchemistische filosofie de betekenis van zuivering als ook in de christelijke symboliek, bijvoorbeeld in de katholieke voorstelling van het vagevuur. Waar een negatieve connotatie van het element aarde in christelijke voorstellingen overheerst – stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren – wijst de as door de verbinding met het vuur weer op haar tegendeel: de overwinning van doodskrachten. Dit gegeven keert terug in het zuiveringsritueel van de aswoensdag (met het askruisje op het voorhoofd) op de dag na de vastenavond wanneer het carnavalsfeest is gevierd; het feest dat gewijd is aan de lusten (carnalis=vleselijk) en de omkering van sociale waarden.

De dialogische spelvormen van Mens, ken je zelf en de speelse dialoogvormen van Wat is de kwestie? – Wat is de questie! laten je spelen met de symboliek van de vier elementen aarde, water, lucht en vuur en van het vijfde element ether.…

Nog geen reacties.

Geef een reactie